Paardenkliniek De Raaphorst

Mestonderzoek en wormbestrijding

Tot enkele jaren geleden was het gebruikelijk om paarden meerdere malen per jaar standaard te ontwormen. Het te vaak en meestal onnodig ontwormen heeft echter geleid tot resistentie bij verschillende type wormen.  Daarom is de regelgeving omtrent ontwormingsmiddelen een aantal jaar geleden veranderd. Wormenkuren mogen alleen nog maar op basis van mestonderzoek gebruikt worden en zijn alleen op recept of bij een dierenarts verkrijgbaar.

Het is vooral bij veel volwassen paarden en pony’s niet nodig om vaak te ontwormen. De meeste volwassene dieren hebben enige weerstand opgebouwd  en zijn in staat om worminfecties onder controle te houden. Het is verstandig om vooral in het weideseizoen regelmatig mestonderzoek uit te laten voeren. Hoe vaak dat gedaan moet worden is afhankelijk van de omstandigheden. Staan er veel paarden bij elkaar op het weiland, wordt er niet uitgemest en  komen er regelmatig nieuwe paarden op het land dan is verstandig om elke 2 maanden mestonderzoek te laten doen. Staan de paarden in kleine groepjes en wordt het land uitgemest dan is het risico op een wormbesmeting veel kleiner en is een mestonderzoek minder vaak nodig.  Wel adviseren we om alle paarden en pony’s standaard in het najaar te ontwormen met een uitgebreidere wormenkuur. Deze uitgebreide wormenkuur is ook werkzaam tegen lintwormen en horzellarven.

Soorten wormen bij paarden

Kleine bloedwormpjes

Bij volwassen paarden zijn het met name de  kleine bloedwormpjes (cyathostominea)die vaak problemen veroorzaken. De volwassen stadia van deze worm is enkele millimeters groot en rood, vandaar de naam kleine bloedworm. Deze wormpjes zitten in de dikke darm en produceren eitjes die met de mest mee naar buiten komen.  De eitjes kunnen zich alleen op het gras ontwikkelen tot infectieuze stadia, dit duurt onder de gunstigste omstandigheden in twee weken.

Als de temperatuur te laag wordt dan ontwikkelen de eitjes zich niet meer. Ze kunnen ’s winters wel overleven op het land maar sterven in de loop van het voorjaar. De wormen die in de darmen zitten, gaan ’s winters ook in winterslaap en worden ingekapseld in de darmwand. In het voorjaar ontwaken ze weer, ze breken dan door de darmwand heen en gaan verder met eitjes produceren. Als er grote aantallen wormen in het voorjaar ontwaken kan daarbij de darmwand flink beschadigd raken, dat kan leiden tot koliek en permanente beschadiging van de darm. Vandaar dat we adviseren om in het najaar standaard te ontwormen en dat het niet erg zinvol is om in de winter mestonderzoek te doen.

wormei - website Paardenkliniek de Raaphorst

Ei van een bloedworm

Spoelwormen

Met name bij jongere dieren kunnen de spoelwormen ook een probleem vormen. Als een eitje wordt opgenomen dan komt het larfje in dunne darm uit het ei.  Het larfje trekt door de lever, via de bloedbaan naar de longen. Vervolgens wordt het opgehoest en ingeslikt en beland het uiteindelijk weer in de darm als volwassen worm die eitjes produceert. Het vervelende van de spoelworm is dat de eitjes erg lang kunnen overleven en de eitjes zich ook in een stal kunnen ontwikkelen tot het infectieus stadium. Oudere paarden (>3 jaar) zijn meestal resistent voor spoelwormen en lopen weinig risico op een infectie. Jonge dieren zijn wel gevoelig voor spoelwormen, bij een zeer zware infectie kan dit leiden tot longontsteking of een verstopping van de dunne darm.

Spoelworm op mest

Spoelwormen in de mest

Lintworm

Lintwormen hebben een indirecte levenscyclus, het eitje moet eerst worden opgegeten door een grasmijt. De besmette grasmijt moet vervolgens worden opgegeten door een paard. Lintwormen hechten zich uiteindelijk vast op een specifieke plaats in de dikke darm. Kleine aantallen lintwormen vormen meestal geen probleem. Grote aantallen kunnen wel leiden tot koliek klachten doordat ze de passage door de darm belemmeren. Het lastige van lintwormen is dat ze geen losse eitjes afscheiden maar pakketjes met eitjes. Hierdoor worden de eitjes vaak niet gevonden met het mestonderzoek. Mede hierom raden we aan om in het najaar standaard te ontwormen met een uitgebreide wormenkuur. Bij verdenkingen op een lintworminfectie is het mogelijk om in het speeksel van het paard de hoeveelheid antistoffen in het bloed te meten. Dit geeft een goed beeld van de ernst van de infectie.

Voor meer informatie over deze en andere wormen die paarden voorkomen, kunt u kijken bij VPL ’t woud en de paardenarts kennisbank.

Veulens en jaarlingen

Voor veulens en jaarlingen is het wel verstandig om deze regelmatig te ontwormen. We adviseren om veulens vanaf 8 weken oud elke 2 maanden te ontwormen in het weideseizoen. Dit moet afwisselend gedaan worden met ivermectine bevattend preparaat of een preparaat dat fenbendazol of pyrantel bevat. Jonge paarden (<3 jaar) zijn namelijk nog vatbaar voor spoelwormen, deze kunnen als ze in grote aantallen aanwezig zijn hele nare verstoppingen veroorzaken. Spoelwormen zijn meestal resistent voor ivermectines maar wel goed gevoelig voor fenbendazol en pyrantel. Ook hier is het ontwormingsprotocol afhankelijk van de situatie. Loopt het veulen of jaarling in een groot koppel dan is het risico op besmetting groter dan wanneer het veulen alleen met zijn moeder loopt of het jaarling op een klein koppel betreft. Voor het opstellen van een ontwormingsplan kunt u het beste contact opnemen met ons, dan kunnen we een protocol op maat maken.

Altijd op de hoogte

Als u op de hoogte wilt blijven van nieuwe ontwikkelingen binnen de praktijk, nieuw geschreven artikelen of nieuw binnen de paarden(geneeskunde)wereld kunt u zich hier opgeven voor de nieuwsbrief.

  • Dit veld is voor validatie doeleinden en moet ongewijzigd blijven.