Paardenkliniek De Raaphorst

Rhinopneumonie

Rhinopneumonie is een besmettelijk aandoening veroorzaakt door het equine herpes virus (EHV). Er bestaan twee varianten van dit virus, zowel EHV-1 als EHV-4 kunnen ziekte verschijnselen veroorzaken. EHV-4 veroorzaakt meestal een mild ziektebeeld met lichte neusuitvloeiing en koorts. EHV-1 kan echter ernstigere klachten veroorzaken. Soms veroorzaakt het alleen een lichte verkoudheid maar het kan ook leiden tot hoge koorts en de gevreesde ataxie en abortus. Hoe ernstig een infectie verloopt is van vele factoren afhankelijk, de infectiedruk (hoeveelheid virus) en de weerstand zijn daarin twee belangrijke factoren. Ook speelt de leeftijd van het paard mee. Paarden die al eerder een infectie hebben doorgemaakt zijn 3-5 maanden immuun, ze kunnen daarna opnieuw ziek worden maar dan zijn de verschijnselen dan minder erg.

Herpes virussen bij paarden

Herpes virussen zijn bijzonder, ze kunnen zich verstoppen in de zenuwbanen en daar jaren sluimeren zonder klachten. Op het moment dat de weerstand daalt door bijvoorbeeld stress kan het virus weer actief worden en klachten veroorzaken. Veel paarden zijn drager van één of beide EHV virussen, in de literatuur varieert het percentage van 35% tot wel 88%. Veel paarden hebben dan ook ergens in hun leven een keer een infectie doorgemaakt. Rhinopneumonie kan dus ook zomaar de kop opsteken zonder dat dit door bijvoorbeeld een nieuw paard binnen gebracht is.

Ziekte verloop van rhinopneumonie

De milde variant van rhinopneumonie heeft geen heel specifiek ziektebeeld. Binnen 1 tot 3 dagen na infectie krijgen de paarden koorts en beginnen ze te hoesten, vaak hebben ze ook een beetje heldere neusuitvloeiing. Soms kunnen de benen wat oplopen met vocht en meestal hebben ze minder eetlust. Vaak blijft het bij deze milde verschijnselen en herstellen ze binnen 5-10 dagen.

De neurologische variant van rhinopnuemonie

In een enkel geval verloopt de infectie zo heftig dat het virus de bloedtoevoer naar de hersens en ruggenmerg verstoort. Hierdoor ontstaan beschadigingen aan de zenuwen wat leidt tot uitvalsverschijnselen en verlamming. Deze verschijnselen treden meestal binnen 6-10 dagen op na infectie, ze hebben dan lang niet altijd koorts meer. De verschijnselen zijn afhankelijk van de locatie en ernst van de beschadigingen. Vaak is er sprake van kracht verlies dan wel verlamming van de benen, vaak gepaard gaande met incontinentie.

Abortus ten gevolge van rhinopneumonie

In drachtige merries kan het EHV-1 abortus veroorzaken. Het EHV virus kan namelijk via de placenta het veulen infecteren. Abortus ten gevolge van EHV kan in alle stadia van de dracht optreden. Het gebeurd meestal in het laatste kwartaal van de dracht. Het kan gepaard gaan met koorts en andere verschijnselen van rhinopneumonie maar het kan ook weken na een uitbraak optreden, zonder andere ziekte verschijnselen. Ook een milde infectie of oplaaiing van het virus kan abortus veroorzaken. Dit hoeft dus niet gepaard te gaan met een zieke merrie. Als de infectie  aan het einde van de dracht plaats vind kan dit leiden tot de geboorte van een slap veulen, vaak met luchtweg problemen. Meestal overleven deze veulens de ziekte niet.

Diagnose van rhino

De diagnose is vast te stellen door middel van een neusswab, daarin kan het DNA van het virus worden aangetoond. Ook is het mogelijk om dit DNA in het bloed op te sporen of het bloed te laten testen op de aanwezigheid van antilichamen tegen het virus. Bij abortus kan de vrucht en de placenta ingestuurd worden voor pathologie en deze kunnen ook getest worden op de aanwezigheid van het virus.

Behandeling van rhinopneumonie

Voor Rhinopneumonie is er helaas nog geen curatieve behandeling beschikbaar. Er zijn wel virus remmende middelen maar die zijn niet voor het paard geregistreerd en behoorlijk duur. Daarnaast is het nog niet duidelijk hoe goed deze middelen werken bij rhinopneumonie. De behandeling is met name symptomatisch, meestal met koortsremmers en eventueel antibiotica om bijkomende bacteriële infecties te bestrijden. Bij milde gevallen is een koorts remmer meestal afdoende om ze op een iets comfortabelere manier uit te laten zieken. Bij ataxie is echter veel meer hulp nodig en dit zal erg afhankelijk zijn van de situatie.

Uiteraard is het van groot belang om bij een uitbraak de hygiëne in acht te nemen en de zieke paarden te isoleren van de gezonde. Het virus wordt via de luchtwegen overgedragen en overleeft slecht in de omgeving. Het kan zich wel in minuscule waterdruppels over een kleine afstand verplaatsen. Het is dus ook van belang dat het contact tussen paarden zo veel mogelijk wordt vermeden tijdens een uitbraak, ook tussen de gezonde paarden.

Vaccinatie tegen rhinopneumonie

Het is mogelijk om tegen rhinopneumonie te enten, dit biedt echter geen volledige bescherming maar het verminderd wel de symptomen. Men claimt dat het met name de verkoudheidsverschijnselen verminderd, bij een uitbraak met de gevaarlijke variant van EHV-1 blijft helaas het risico op ataxie nog steeds bestaan ook al is het paard geënt. Ook  biedt het enten geen volledige bescherming tegen abortus. Om het risico op abortus ten gevolge van het EHV virus zo klein mogelijk te houden dan moet de gehele stal geënt worden tegen rhinopneumonie. Drachtige merries moeten op 5,7 en 9 maanden van de dracht geënt worden. Ook is het van groot belang om stress bij hoogdrachtige merries zo veel mogelijk te vermijden. Stress kan namelijk leiden tot her-activatie van het EHV virus dat latent aanwezig is.

Meer informatie

Voor meer informatie kan je ook lezen op de website van paardenarts.nl

 

Altijd op de hoogte

Als u op de hoogte wilt blijven van nieuwe ontwikkelingen binnen de praktijk, nieuw geschreven artikelen of nieuw binnen de paarden(geneeskunde)wereld kunt u zich hier opgeven voor de nieuwsbrief.

  • Dit veld is voor validatie doeleinden en moet ongewijzigd blijven.